Kort antwoord
Behoud URL's wanneer onderwerp en zoekintentie gelijk blijven. Moet een URL veranderen, stuur de oude URL dan in één permanente stap naar de inhoudelijk beste nieuwe pagina. Neem titles, canonicals, interne links, structured data en sitemap mee, test de productieconfiguratie en monitor de oude én nieuwe URL's na livegang.
SEO-verlies bij een redesign is geen vast gevolg van een nieuwe website. Het ontstaat vaak doordat bestaande waarde niet is geïnventariseerd, meerdere wijzigingen tegelijk ongedocumenteerd plaatsvinden of redirects pas na livegang worden bedacht. Ook een technisch perfecte migratie kan schommelingen geven; niemand kan een positie garanderen. Je kunt het risico wel beheersbaar en controleerbaar maken.
1. Leg vast wat de huidige website werkelijk heeft
Begin vóór ontwerp of bouw met een lijst van alle bereikbare URL's. Combineer waar mogelijk de sitemap, een crawl, analytics, Search Console en serverlogs. Heb je geen toegang tot een bron, noteer dat als ontbrekende informatie in plaats van aannames te maken.
- URL, statuscode, canonical, title, meta description en H1;
- indexeerbaarheid, structured data en inkomende interne links;
- organische landingspagina's, vertoningen en klikken uit Search Console;
- bekende externe links en downloads die nog worden gebruikt;
- formulieren, bedankroutes en belangrijke conversies;
- afbeeldingen of documenten met eigen zoek- of backlinkwaarde.
Maak daarnaast schermafbeeldingen van essentiële paginatypen en bewaar exports. Zo kun je na livegang aantonen wat anders is en gericht terugdraaien als een wijziging onbedoeld gedrag veroorzaakt.
2. Beslis per URL: behouden, samenvoegen of vervangen
Een nieuwe naamgeving is geen reden om goed werkende URL's te wijzigen. Als onderwerp, taal en zoekintentie hetzelfde blijven, is behoud meestal de minst risicovolle route. Wanneer twee zwakke pagina's aantoonbaar dezelfde vraag bedienen, kan één sterkere doelpagina logisch zijn. Leg die beslissing per URL vast.
| Huidige situatie | Actie | Controle |
|---|---|---|
| Zelfde inhoud en intent | URL behouden | Canonical blijft zelfverwijzend |
| URL verandert, inhoud blijft | Directe permanente redirect | Oud → nieuw in één stap |
| Twee overlappende pagina's | Inhoud samenvoegen | Beide oude URL's naar beste doel |
| Inhoud vervalt zonder alternatief | Echte 404 of 410 | Interne links en sitemap verwijderen |
| Meerdere oude URL's | Niet allemaal naar homepage sturen | Iedere redirect is inhoudelijk relevant |
Werk interne links meteen bij naar de eind-URL. Een redirect is een vangnet voor gebruikers en externe links, niet de normale route voor je eigen navigatie. Controleer bovendien op chains en loops.
3. Houd staging buiten de index, maar productie bereikbaar
Een testomgeving hoort niet als duplicaat in zoekmachines. Beveilig staging bij voorkeur met authenticatie. Een noindex is extra bescherming, maar werkt alleen wanneer een crawler de pagina mag ophalen. Kopieer die instelling nooit ongemerkt naar productie.
Test de uiteindelijke hostnamen en protocollen: HTTPS, www of non-www, hoofdletters, trailing slashes en queryparameters. Kies per duplicaat één voorkeursvariant en laat andere varianten direct daarop uitkomen.
4. Zet inhoud en SEO-signalen bewust over
Neem niet alleen zichtbare tekst mee. Titles, descriptions, headings, alt-teksten, canonicals, taalinstellingen, OpenGraph-gegevens, structured data en breadcrumbs horen bij de overdracht. Actualiseer verouderde informatie, maar herschrijf niet gelijktijdig iedere goed presterende pagina zonder inhoudelijke reden.
Zorg dat belangrijke nieuwe pagina's vanuit navigatie of relevante contextuele links bereikbaar zijn. Google adviseert normale <a href>-links met beschrijvende ankertekst; een klikbaar script zonder echte URL is daarvoor geen vervanging. Zie de Google-documentatie over crawlbare links.
5. Test de release alsof de oude site al weg is
Crawl de preview met de productie-URL-mapping als testset. Controleer niet alleen 200-pagina's, maar juist iedere oude URL, iedere redirect en ieder formulier. Verifieer vervolgens:
- geen belangrijke route geeft 404, 5xx of een soft 404;
- elke redirect heeft precies één stap en eindigt op 200;
- canonicals verwijzen naar indexeerbare productie-URL's;
- robots.txt blokkeert geen CSS, JavaScript of indexeerbare pagina's;
- sitemap bevat alleen canonieke 200-URL's met eerlijke wijzigingsdata;
- navigatie, breadcrumbs, afbeeldingen en formulieren werken op mobiel;
- metadata en structured data bevatten geen stagingdomein of oud merk.
Plan ook een terugvalroute: wie kan DNS of deployment herstellen, welke versie is aantoonbaar groen en welke signalen zijn reden om terug te draaien?
6. Controleer direct én opnieuw na livegang
Test na de echte domeinwissel dezelfde URL-set. Dien de actuele sitemap in via Search Console en Bing Webmaster Tools wanneer je toegang hebt. Controleer indexeringsrapporten, crawlproblemen, 404's, zoekverkeer en de belangrijkste conversieroutes. Een momentopname direct na livegang is niet genoeg; sommige fouten worden pas zichtbaar wanneer crawlers oude URL's opnieuw bezoeken.
Laat redirects langdurig staan zolang oude links en bookmarks nog waarde kunnen hebben. De officiële Google-handleiding voor een site move met gewijzigde URL's adviseert eveneens een expliciete mapping en monitoring.
Redesignchecklist voor opdrachtgever en bouwer
- Exporteer URL's, prestaties, interne links en bekende backlinks.
- Wijs iedere oude URL een onderbouwde status en doel-URL toe.
- Behoud URL's die dezelfde intent en inhoud houden.
- Maak staging ontoegankelijk voor publieke indexatie.
- Zet metadata, canonicals, schema en alt-teksten gecontroleerd over.
- Update alle interne links rechtstreeks naar eind-URL's.
- Genereer sitemap en robots pas vanuit productieconfiguratie.
- Crawl oude en nieuwe URL-lijsten vóór de release.
- Test formulieren, trackinghooks en bedankroutes echt.
- Herhaal status-, indexatie- en conversiecontroles na livegang.